De munt van Kampen1

Kampen wordt voor het eerst genoemd in 1227 maar is zeker ouder omdat er resten van huizen zijn gevonden die dateren uit de periode 1175-1250. Kampen behoorde als Overijsselse stad tot het Oversticht. Het Oversticht was het bezit van Utrecht dat zelf het (neder)Sticht werd genoemd. Bisschop Arnold van Hoorne (1371-1378) heeft als heer van het Oversticht gemunt te Kampen. In 1397 verkreeg Kampen als Rijksstad van Rooms koning Wenceslas IV het recht om zelf munten te slaan. Aangenomen werd dat de eerste stedelijke muntslag waarschijnlijk pas ca. 1425 op gang is gekomen
2. Deze datum kan met enige zekerheid vroeger worden gesteld door een imitatie van een Kamper groot geslagen te Megen3. Deze groot kan worden toegeschreven een Jan III van Megen die overleed in 1417. De aanvang van de Kamper muntslag kan dan ieder geval worden vervroegd naar 1417. Het lijkt logisch en aannemelijk dat Kampen reeds vanaf 1397 het muntrecht is begonnen uit te oefenen maar een onomstotelijk bewijs hiervoor is nog niet geleverd. Gedurende de gehele 15e eeuw heeft Kampen munten geslagen op naam van de stad. In 1534 sloot Kampen een verbond met Deventer en Zwolle. Zij richtten toen de driesteden munt op welke tot 1588 heeft geproduceerd. Deze driesteden munt was van 1534 tot 1583 gevestigd te Deventer maar werd in 1583 verplaatst naar Kampen i.v.m. de Spaanse oorlogsdreiging. In Kampen heeft deze driesteden munt geproduceerd tot 1588. Tevens was sinds 1582 de landschapsmunt van Overijssel te Kampen gevestigd. Dit munthuis zou in beginsel rouleren tussen Kampen, Deventer en Zwolle maar is meestal in Kampen gevestigd geweest. Toen Deventer in 1587 door de Spanjaarden werd veroverd stopte de overeenkomst aangaande de driesteden munt en ging Kampen verder met munten slaan op naam van de stad volgens de voorschriften van het Duitse rijk. Er is toen gemunt op naam van diverse Duitse keizers om de muntslag tegenover de Staten-Generaal enigszins te wettigen.

In de 17e eeuw is er gemunt onder gedeeltelijk toezicht van de Staten-Generaal. Toch werden er regelmatig munten geslagen die de Staten-Generaal liever niet in de omloop zagen komen zoals schellingen en florijnen. Er zijn naast gouden en zilveren munten ook koperen munten geslagen. In 1597 en 1598 zijn er duiten geslagen met op de voorzijde een leeuw en vanaf 1639 t/m 1671 duiten met als hoofdbeeldenaar een stadspoort. Alleen in 1644 is er tussendoor een type met een leeuw geslagen, mogelijk omdat in dat jaar Hendrik Wijntgens vertrok en Jan Jellen alleen verder ging als muntmeester van Kampen. In 1694 werd de stadsmunt van Kampen gesloten in ruil voor een jaarlijkse afkoopsom van 2000 gulden.

MUNTMEESTERS:
VAN  -  TOT:
MUNTMEESTERTEKEN:
Johan Knijf
Kerstken Gerbertsz.
Hendrik Jansz.
Lodewijk Jager
Thomaes Hermansz.
Marten Nijecammer
Balthasar Wijntgens (driestedenmunt)
Caspar Wijntgens
Hendrik Wijntgens
Johan Wijntgens met Roelof Jellen
Johan Wijntgens alleen
Johan Wijntgens met zoon Hendrik
Hendrik Wijntgens met Jan Jellen
Jan Jellen alleen
Johan van Harn
Jacob Ridder
1462 - 1466
Ca. 1466
Ca. 1470
1479 - 1486
Ca. 1489
1524 - 1534
1583 - 1588
1587 - 1589
1589 - 1606
1612 - 1613
1613 - 1618
1618 - 1634
1634 - 1644
1644 - 1660/64
1664 - 1675
1676 - 1695







Rozet
Rozet

Rozet
Rozet
Rozet
Lelie
Morenkop
Ruiter


Over de vroegste Kamper muntmeesters is niet veel bekend. Omdat veel van hen tevens goudsmid waren zijn van sommigen van hen de naam en een globale ambtsperiode bekend4. Van Lodewijk Jager is bekend dat hij uit Kampen moest wegvluchten omdat hij goud had gekocht dat te Utrecht was gestolen. Op de stadsmunt van Kampen komen we weer veel muntmeesters tegen uit het bekende muntmeestergeslacht Wijntgens en aangetrouwde familie. Caspar Wijntgens wordt vermeld in 1587 maar is mogelijk nooit in functie geweest. Hij vertrok in 1589 uit Kampen om zijn broer Balthasar op te volgen in West-Friesland. Zijn andere broer Hendrik volgde hem in 1590 op als muntmeester van de stad Kampen en was daarnaast ook muntmeester van de landschapsmunt van Overijssel. In 1606 liet de stad het muntrecht afkopen door de Staten-Generaal voor 6000 gulden per jaar. Hierdoor verloor Hendrik Wijntgens aan inkomsten omdat hij nu alleen nog kon verdienen aan de Overijsselse landschapsmunt. Dit was mogelijk de reden waarom hij in 1611 vertrok naar Huissen. Om daar als muntmeester aan de bak te komen ontkende hij dat hij als muntmeester voor de stad Kampen had gewerkt. Hij verklaarde alleen voor de provincie Overijssel te hebben gemunt.

Op de probationstag te Keulen van mei 1612 verscheen Johan Wijntgens (zoon van Hendrik Wijntgens). Hij vroeg om aangesteld te worden als muntmeester van de stad Kampen en vroeg gelijk of zijn zoon Hendrik bij hem in de leer mocht gaan om hem later eventueel op te kunnen volgen. De aanstelling werd niet verleend omdat men wilde dat Deventer, Kampen en Zwolle weer samen een driesteden munt zouden oprichten. Op de probationstag van oktober 1612 werd hij uiteindelijk wel aangesteld omdat de wens van een driesteden munt niet haalbaar bleek. Het schijnt dat te Kampen reeds in januari 1612 een aanvang is gemaakt met munten zonder de Staten-Generaal daar over in te lichten. Roelof Jellen, de schoonzoon van Hendrik Wijntgens, wordt dan vermeld als muntmeester. Hij was de zoon van burgemeester Johan Jellys en Anna Berniers. Hij heeft dan waarschijnlijk samen met Johan Wijntgens als muntmeester gewerkt. Van 1612 tot 1616 zijn er vervolgens door hem te Kampen munten geslagen maar begin 1617 werd hij te Dormagen (Duitsland) gearresteerd. Hij was namelijk verantwoordelijk voor de munt te Mühlheim nadat zijn broer Balthasar, die daar muntmeester was, krankzinnig was geworden. Het muntwerk daar had hij aan zijn zwager Jan ter Borgh (in Mühlheim Jan von der Burg genoemd) over gelaten. Deze schijnt er voor de abt van Werden minderwaardige en niet toegelaten 4 schilling munten geslagen te hebben. Aangezien Johan verantwoordelijk was voor de munt werd deze gearresteerd te Dormagen terwijl hij onderweg was met zijn vrouw naar de probationstag. Hij werd te Düsseldorf gevangen gezet terwijl zijn vrouw te Mühlheim bewaakt huisarrest kreeg. Wijntgens ontkende alle beschuldigingen en verklaarde van niets te weten. Aangezien zijn aanwezigheid te Kampen dringend gewenst was stelde hij voor om een borgsom te betalen en beloofde hij dat hij binnen 8 weken zou terugkeren. Hij kwam op 17 augustus 1617 tegen betaling van 2000 thalers inderdaad vrij en vertrok naar Kampen. Hij keerde echter niet terug en veinsde ziekte als reden dat hij niet kon reizen. Vanaf dat moment was de munt te Mühlheim voor de familie Wijntgens verloren.

Terwijl Johan in Duitsland vast zat benoemde de stad Kampen zijn minderjarige zoon Hendrik tot muntmeester van de stad. Waarschijnlijk is dit gedaan om het ambt voor zijn vader bezet te houden. In 1635 werd hij ook muntmeester van Gelderland terwijl hij ook muntmeester van Overijssel bleef. Ook bleef hij als stadsmuntmeester van Kampen werkzaam. Vanwege deze drukte had hij assistentie van zijn zoon Hendrik en zijn schoonzoons Gerrit Sluyskens (te Gelderland) en Jan Jellen (te Kampen). Uit 1634 dateert een schrijven van Johan Wijntgens aan de stad en raad van Kampen om zijn zoon Hendrik hem te laten opvolgen. Hierin werd gunstig beschikt en Hendrik was dus waarschijnlijk vanaf 1634 zelfstandig muntmeester met als zijn vervanger Jan Jellen. Deze Jan Jellen was de zoon van de voormalige muntmeester Roelof Jellen en Clara Wijntgens en trouwde met zijn nicht Hester Wijntgens.

In 1644 vertrok Hendrik Wijntgens naar Esens in Oost-Friesland. Mogelijk deed hij dit tegen zijn zin want hij heeft zijn vertrek steeds lopen rekken. Er schijnt ook onenigheid te zijn geweest over het contract dat hij met zijn vader had afgesloten. Hendrik Wijntgens heeft te Esens maar kort met zijn vader gemunt want in 1645 overleed hij. Zijn zwager Jan Jellen nam na zijn vertrek de zaken waar op de stadsmunt van Kampen. Waarschijnlijk niet als zelfstandig muntmeester maar onder supervisie van Hendrik Wijntgens en zijn vader Johan. Na het overlijden van Hendrik Wijntgens te Esens was namelijk zijn vader Johan ook weer verbonden met de stadsmunt te Kampen tot zijn overlijden in 1653. Te Kampen gebruikte de familie Wijntgens een rozet als muntmeesterteken terwijl Jan Jellen de lelie gebruikte die afkomstig was uit het wapen van de familie Wijntgens. Omdat hij geen zoons had verkreeg hij toestemming om zijn dochter Clara als zijn vervanger op te laten treden. In 1660 werd Hester Wijntgens genoemd als de weduwe van Jan Jellen zaliger. Er is echter gemunt te Kampen tussen 1660 en 1664 met als muntmeesterteken een lelie. Dr. Johan van Harn gebruikte een Moren kop als muntmeesterteken en werd pas in 1664 aangesteld als muntmeester van Kampen. In deze tussentijd heeft misschien Clara Jellen waargenomen? of de vermelde datum van overlijden klopt niet.

De in 1664 aangestelde Dr. Johan van Harn was getrouwd met Clara Anna Jellen, de dochter van Jan Jellen. Voor die tijd was hij werkzaam geweest op de munt van Deventer. Zijn neef Gerrit van Harn zou in 1685 nog muntmeester van Nijmegen worden. Beiden gebruikten als muntmeesterteken een morenkop welke als helmteken voorkomt in hun familiewapen. In 1672 kreeg hij opdracht om kerkzilver te vermunten tot (minderwaardige) florijnen. In 1674 moest hij vluchten uit Kampen omdat de generaalmeesters een onderzoek kwamen doen naar deze geheime muntslag. De muntbus en de administratie bleken verdwenen en alleen de muntgezellen konden worden verhoord. Johan van Harn is blijkbaar toch gepakt want hij overleed in januari 1675 in de gevangenis. Over zijn opvolger bestaan verschillende versies. Er wordt o.a. geschreven dat al de kinderen van Johan van Harn nog minderjarig waren toen hij overleed. Er zou nu voor het eerst een muntmeester worden benoemd die niet tot de familie of aangetrouwde familie behoorde. Deze muntmeester was Jacob Ridder die als muntmeesterteken een ridder te paard gebruikte. H.J. van der Wiel schrijft echter dat Lambert Ridder de schoonzoon was van Johan van Harn5. Hij zou dus wel oudere kinderen hebben gehad.

Ondanks dat de stadsmunt in 1694 tegen een vergoeding van 4000 gulden per jaar werd gesloten bleef Jacob Ridder tot zijn dood in 1697 in de functie van muntmeester. Er werd na zijn dood zelfs nog een nieuwe muntmeester aangesteld. Blijkbaar dacht Kampen de stadsmunt ooit nog eens te kunnen heropenen zoals in het verleden vaker was voorgekomen. Deze laatste muntmeester was Rutger Lemker van Breda, een achterkleinzoon van Johan Wijntgens. Vanwege zijn minderjarigheid zou zijn vader als vervanger optreden maar beiden hebben nooit de kans gehad om hun functie te kunnen uitoefenen. Er wordt ook nog een Herman van Breda genoemd als muntmeester te Kampen6. Hij is mogelijk muntmeester geweest te Kampen voor de Overijsselse landschapsmunt van 1645 tot 1649 na de dood van Hendrik Wijntgens (zie aldaar).

STEMPELSNIJDERS:
VAN  -  TOT:
Paulus Uyttenwael
...... Sluyter
Herman Matthijsz.
Steven Arndts
Claes Hanssen
Roelof van Cuylenburgh
Nicolaas Sluyter
1589 - 1591
1591 - 16??
16?? - 1646
1646 - 1664
1668?
Na 1664
1674 - 1693

 

WAARDIJNS:
VAN  -  TOT:
Bernhard Wijntgens de Jonge
Goossen Erckelens7
Ca. 1615
Ca. 1682


Wapen van Kampen

Het wapen van de stad Kampen is een burcht/poort met in de toegang een schuin geplaatst wapenschildje. Deze afbeelding van de burcht/poort komt (zonder schuin geplaatst schildje) al voor op een stadszegel uit 1293. Op de munten van Kampen is niet alleen deze afbeelding gebruikt. Op een vroege kwart plak staat een horizontaal gedeeld wapenschild waarvan het bovenste deel gearceerd is (1). Links, rechts en boven dit wapen staat een rozet geplaatst, deze komt ook voor in de vlakken van het kruis op de keerzijde. Deze rozetten komen ook voor op de duit van 1639 (KAM.2) op dezelfde plaats.
 

Het latere wapen van Kampen op de munten is een blauw veld met hierop geplaatst de burcht/stadspoort met drie torens in zilver (2). Onder of in de geopende poort ligt een schuin geplaatst wapenschildje. Dit schildje is horizontaal gedeeld met de bovenzijde in zilver en de onderzijde in blauw. De poort is mogelijk een afbeelding van de vispoort welke op de kaart van Bleau staat afgebeeld als de hoofdtoegang als men over de IJssel de stad binnen komt. De nog bestaande korenmarkt poort lijkt in ieder geval sterk op de afbeelding die op de duiten voorkomt.

Token? van Kampen

In de handel wordt wel het onderstaande type koperen penning of token als duit aangeboden8. Bij Verkade afgebeeld op plaat 219 als nummer 4.
 

Dit muntje zou dan een zeer vroeg type moeten zijn uit een van de eerste emissies geslagen ergens tussen 1590 en 1600. Het type sluit echter geheel niet aan bij de typen die elders in deze periode (ook te kampen) zijn geslagen Volgens mij kan dit dan ook geen duit zijn maar is het eerder een raadsteken of wellicht een armenpenning. De letters C A P op de voorzijde kunnen dan mogelijk vertaald worden als Campen Armen Penning. In het blad de beeldenaar heeft Arent Pol een artikel geweid aan o.a. dit stuk10. In dit artikel wordt aannemelijk gemaakt dat dit een raadsteken is aan de hand van vergelijking met andere exemplaren uit Zutphen, Deventer en Groningen.



KAM.1: duit.(V.167.1 - PW 7201)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin de stadsnaam CAM PEN SIS in drie regels.

KEERZIJDE: Klauwende leeuw naar links.

TEKST: X CIVITATIS IMPERIALIS X (of variant). Dit betekent: Rijksstad. Boven de leeuw de laatste 2 cijfers van het jaartal gescheiden door een stadspoortje of zonder cijfers van het jaartal.
 

Muntmeester: Hendrik Wijntgens, muntteken: (stadspoort).

     ZJ  R3
    1597 R3
    1598 R3


Bekende afslagen etc.

     ZJ  X(piedfort)


Voorkomende keerzijde varianten:

VZ: A: CAM / PEN / SIS


KZ: a: (rozet)CIVITAS(rozet) IMPERIALIS(rozet) (cijfer) (poort) (cijfer)
    b: .CIVITAS. IMPERIALIS (cijfer) (poort) (cijfer)

    I :
Zonder binnencirkel om de leeuw.
    II:
Met binnencirkel om de leeuw.


Info:

Variant AaII (1597), particuliere collectie.
Variant AaII (1598), afbeelding PW 7201.

ZJ VCLS 21 nr.592
1597 VCCI 54 nr.540
1598 PW 7201

ZJ (piedfort 4,60 gram) PW 7201.1

Voorschrift: (mij) niet bekend.



KAM.2: duit.(V.167.2 - PW 7202)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin de stadsnaam CAMPEN in twee regels en daaronder het jaartal (1639).

KEERZIJDE: Stadspoort van Kampen omgeven door een parel rand, om de poort staan 3 rozetten. In de toegangspoort is een schuin geplaatst wapenschildje geplaatst.
 

Muntmeester: Hendrik Wijntgens en Jan Jellen.

    1639 R

Bekende afslagen etc.

    1639 R4 (vierkant muntplaatje)
    1639 R4 (tin)
    1639 X (zilver)


Voorkomende keerzijde varianten:

VZ: A: CAM / PEN / 1639

    1: Fijne tulpkrans met binnencirkel.
    2: Grovere tulpkrans met geparelde buitenrand.


KZ: I :
Met 3 rozetten rond de stadspoort.
    II:
Zonder rozetten rond de stadspoort.


Info:

Variant AI (1639), afbeelding PW 7202 blz.140.
Variant A2I (1639 vierkant muntplaatje), afbeelding VCLS.29 nr.1010.
Variant A1II (1639), particuliere collectie.
Variant A2II (1639), particuliere collectie.

1639 VCLS 21 nr.592
1639 (vierkant muntplaatje 5,35 gram) VCLS 29 nr.1010
1639 (vierkant muntplaatje 13,10 gram) PW 7202.2
1639 (tin) particuliere collectie
1639 (zilver 12,60 gram) PW 7202.1

Voorschrift: (mij) niet bekend.

De rozetten om de stadspoort op de keerzijde van type I komen ook op dezelfde plaats voor om een wapenschildje op de voorzijde van een kwart plak uit de vroegste muntslag van Kampen.



KAM.3: duit.(V.167.4 - PW 7204)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin de stadsnaam CAMPEN in twee regels en daaronder het jaartal (1644). Boven de tekst CAMPEN zit soms een kruisvormige versiering.

KEERZIJDE: Iets gewijzigde stadspoort nu niet binnen een parelrand maar binnen een tulpkrans. In de toegangspoort is wederom een schuin geplaatst wapenschildje geplaatst.
 

Muntmeester: Hendrik Wijntgens en Jan Jellen, mmt: rozet.

    1644 S

Bekende afslagen etc.

    1644 X (goud)


Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: X / CAM / PEN / (jaartal)
    B: .X. / CAM / PEN / (jaartal)
    C: .. / CAM / PEN / (jaartal)



Info:

Variant A (1644), particuliere collectie.
Variant B (1644), particuliere collectie.
Variant C (1644), particuliere collectie.

1644 VCCI 54 nr.544
1644 (goud) PW 7204.3

Voorschrift: (mij) niet bekend.

Mogelijk is deze duit nog geslagen tijdens het gezamenlijk muntmeesterschap van Hendrik Wijntgens met Jan Jellen. Een exemplaar van dit type is bekend met de klop adelaar van Deventer, zie ook onderaan de pagina bij Deventer.



KAM.4: duit.(V.167.3 - PW 7203)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin de stadsnaam CAMPEN in twee regels en daaronder het jaartal (1644). Boven de tekst staat in de tulpkrans een stadspoortje afgebeeld.

KEERZIJDE: Tulpkrans met daarin een klauwende leeuw naar links.
 

Muntmeester: Jan Jellen, muntteken stadspoort.

    1644 R3


Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: CAM / PEN / 1644


Info:

Variant A (1644), particuliere collectie.

1644 Particulierer collectie

Voorschrift: (mij) niet bekend.

Deze duit heeft ook het jaartal 1644 net als het vorige type maar heeft afwijkende afbeeldingen. Deze is mogelijk geslagen door Hendrik Wijntgens vanwege zijn vertrek of door Jan Jellen omdat hij in dat jaar zelfstandig muntmeester van Kampen werd.



KAM.5: duit.(V.167.4 - PW 7204)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin de stadsnaam CAMPEN in twee regels en daaronder het jaartal (1644). Boven de tekst CAMPEN zit soms een kruisvormige versiering.

KEERZIJDE: Een parelrand met daarin een gekroond en versierd wapenschild. In het wapenschild is een afbeelding van de stadspoort geplaatst. In de toegangspoort is wel of niet een schuin geplaatst wapenschildje afgebeeld.
 

Muntmeester: Jan Jellen, mmt: rozet.

    1644 R4


Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: (?) / CAM / PEN / 1644


KZ: I :
Met wapentje in de stadspoort.
    II:
Zonder wapentje in de stadspoort.


Info:

Variant AI (1644), particuliere collectie.

1644 particuliere collectie

Voorschrift: (mij) niet bekend.

Mogelijk is deze duit geslagen tijdens het muntmeesterschap van Jan Jellen. Er zijn 2 mogelijkheden voor dit vreemde derde type met dit jaartal. Of er zijn in 1644 al proeven gedaan met de keerzijde van dit type of men heeft later een oud stempel gebruikt uit 1644 als proef of probeersel met een keerzijde stempel van het volgende type KAM.6. Als men al in 1644 gebruik heeft gemaakt van dit keerzijde stempel dan heeft men het blijkbaar later weer gebruikt op het type KAM.6. Dat zou kunnen verklaren waarom het schaarsere type KAM.6 en het meer algemene type van KAM.7 naast elkaar voorkomen.



KAM.6: duit.(V.167.6 - PW 7206)

VOORZIJDE: Een grote bloemvormige versiering met daarin de stadsnaam CAMPEN in twee regels en daaronder het jaartal.

KEERZIJDE: Een parelrand met daarin een gekroond en versierd wapenschild. In het wapenschild is een afbeelding van de stadspoort geplaatst. In de toegangspoort is een schuin geplaatst wapenschildje afgebeeld.
 

Muntmeester: Jan Jellen, mmt: lelie of rozet.

    1658 R3
    1659 S
    1660 S


Bekende afslagen etc.

    160 R3
(foutief gesneden jaartal)

Muntmeester: Clara Jellen?, mmt: lelie of rozet.

    1661 R3
    1662 R4

Voorkomende voorzijde varianten:

VZ: A: CAM / PEN / (jaartal)
    B: .(rozet) . / CAM / PEN / (jaartal)
    C: ... / CAM / PEN / (jaartal)
    D: .(rozet) . / CAM / PHN / (jaartal)
    E: .:. / CAM / PEN / (jaartal)
    F: . / CAM / PEN / (jaartal)



KZ: I :
Naar links gekanteld wapenschildje in de poort.
    II :
Naar rechts gekanteld wapenschildje in de poort.
    III:
Zonder wapenschildje in de poort.


Info:

Variant F? (1658), particuliere collectie.
Variant BI (1659), particuliere collectie.
Variant BII (1659), particuliere collectie.
Variant DI (1659), particuliere collectie (zie ook rubriek nieuwe vondsten).
Variant AII (1660), particuliere collectie.
Variant EIII (1660), particuliere collectie.
Variant CII (1661), particuliere collectie.
Variant AI (160), particuliere collectie.

1658 Particuliere collectie
1659 Particuliere collectie
1660 Particuliere collectie.
1661 Particuliere collectie.
1662 Coinhunter magazine 62
160  (foutief gesneden jaartal) Particuliere collectie.
16660 (foutief gesneden jaartal) PW 7206.1

Voorschrift: raadsbesluit van 3/13 mei 1659. De muntvoet moest zijn "zoals elders".

Er komen exemplaren voor met het jaartal 1644, zie de beschrijving hiervan bij KAM.5. Er zijn exemplaren van 1659 met een vreemde 9 in het jaartal waarbij het lijkt of deze is gemaakt over een ander cijfer. Het eventuele onderliggende cijfer is duidelijk geen 8 maar eerder een cijfer 4. Het zou mogelijk kunnen zijn dat een stempel van 1644 is aangepast naar 1659 maar dat zou betekenen dat ook de bloemkrans moet zijn omgevormd naar het nieuwe model. Zie HIER een afbeelding van een dergelijk exemplaar. De jaartallen 1661 en 1662 worden vermeld in Coinhunter magazine 62 in een recensie van het boek van Purmer. Het jaar 1661 is o.a. in het bezit van het KPK. Tekstvariant D heeft een letter E die sterk lijkt op een letter H terwijl het dat waarschijnlijk niet is. Om hem te onderscheiden van de andere teksten is hij hier als variant opgevoerd.



KAM.7: duit.(V.167.5 - PW 7205)

VOORZIJDE: Een grote bloemvormige versiering met daarin de stadsnaam . . CAM PEN (of variant) in twee regels en daaronder het jaartal.

KEERZIJDE: Een tulpkrans met daarin een afbeelding van de stadspoort. In de toegangspoort is een naar rechts of links gekanteld wapenschildje afgebeeld.
 

Muntmeester: Jan Jellen, mmt: lelie of rozet.

    1655 R         1661 S
    1658 R3        1662 S
    1659 R         1663/62 R2
    1660 S         1663 S
    1661/60 R2

Bekende afslagen etc.

    1655 R3 (zwaarder)  
    1659 R4
(incusum)
    1659 R4
(zilver)
    166  R3 (ontbrekend laatste cijfer)

Muntmeester: Johan van Harn, mmt: morenkop (niet op deze duiten).

    1664 S         1669 R
    1665 S         1670 R
    1666 S         1671 R2
    1667 R3
    1668 R2

Bekende afslagen etc.

    1671 R4
(piedfort)


Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: CAM / PEN / (jaartal)
    B: ... / CAM / PE(N gespiegeld) / (jaartal)
    C: .(rozet) . / CAM / PEN / (jaartal)
    D: .:. / CAM / PEN / (jaartal)
    E: ... / CAM / PEN / (jaartal)
    F: ... / CAM / PEN / (jaartal)
    G: .... / CAM / PEN / (jaartal)
    H: CAM / PE(N gespiegeld) / (jaartal)

KZ: a: Poort type 1.
    b:
Poort type 2.

    I : Wapenschildje in de poort is naar rechts gekanteld.
    II:
Wapenschildje in de poort is naar links gekanteld.


Info:

Variant EaII (1655 zwaarder), particuliere collectie.
Variant FaI (1655), particuliere collectie.
Variant CaI (1659), particuliere collectie.
Variant AaI (1660), particuliere collectie.
Variant AaII (1660), particuliere collectie.
Variant DaII (1660), particuliere collectie.
Variant AaI (1661), particuliere collectie.
Variant AaI (1663), particuliere collectie.
Variant EaII (1665), particuliere collectie.
Variant BaI (1666), particuliere collectie.
Variant GaII (1666), particuliere collectie.
Variant HaII (1667), particuliere collectie.
Variant HaI (1668), particuliere collectie.
Variant BaI (1671 piedfort), afbeelding jaaroverzicht 1988 blz.207.
Variant BaII (1671), particuliere collectie.

Variant EaII (166 ontbrekend laatste cijfer), particuliere collectie.

1655 particuliere collectie
1658 PW 7205
1659 particuliere collectie
1660 particuliere collectie
1661 particuliere collectie
1662 PW 7205
1663 particuliere collectie
1664 VCLS 21 nr.592
1665 particuliere collectie
1666 particuliere collectie
1667 particuliere collectie
1668 PW 7205
1669 particuliere collectie
1670 PW 7205
1671 particuliere collectie

1659 (zilver 3,30 gram) KPK
166 (ontbrekend laatste cijfer) particuliere collectie
1671 (piedfort 4,60 gram) PW 7205.1
1671 (piedfort 5,59 gram) Jaaroverzicht 1988

Voorschrift: raadsbesluit van 3/13 mei 1659. De muntvoet moest zijn "zoals elders".

Het lijkt er op dat de mogelijke jaartalwijziging 1665/63 de jaartalwijziging 1663 over 1662 is. Inmiddels zijn drie exemplaren bekend geworden, zie hier deze exemplaren. Een zeer vreemde hybride is onlangs bekend geworden uit een bodemvondst. De ene zijde heeft een afbeelding van een duit van Kampen van dit type met het jaartal 1661 maar de andere zijde heeft de afbeelding van een duit van Zwolle met het jaartal 1639. Zie hier voor de afbeelding. Over de winst die de muntmeester te Kampen behaalde met het slaan van duiten is toevallig iets bekend9. Hij kocht oud koper op in de vorm van oude ketels, vaatwerk enz. en betaalde hiervoor 5 stuivers per mark (246,084 gram). Uit een mark sloeg hij minstens 120 duiten ter waarde van 15 stuivers. De vlaggen op de torens bij poort type 1 kunnen naar links of naar rechts wapperen. Het jaar 1655 bestaat zwaarder dan normaal namelijk ongeveer 3,90 gram.


Te Kampen geklopte duiten naar aanleiding van de kopergeld sanering in 1702

Vanwege de op handen zijnde sanering van het kopergeld hadden de Staten van Overijssel op 28 december 1701 een nieuw plakkaat afgekondigd. In dit plakkaat werden de vreemde en valse duiten verboden verklaard en de duiten van de andere provincies in waarde gehalveerd. Alleen de eigen duiten en de duiten van de Rijkssteden werden toegelaten voor de volle waarde. J.C. van der Wis weet te melden dat de Rijkssteden Deventer, Kampen en Zwolle een afwijkende houding aannamen ten opzichte van de reductie van de duiten. Zo reduceerde de stad Kampen op 29 december 1701 de duiten van Overijssel en die van de Rijkssteden tot een penning (halve duit). De overige duiten werden geheel verboden verklaard. Zwolle sprak niet over de vreemde duiten maar halveerde wel de waarde van de duiten uit de andere provincies. De Overijsselse duiten en die uit de Rijkssteden bleven een duit waard. Mogelijk zijn te Kampen nog voor de reductie van 29 december 1701 duiten van Overijssel en de Rijkssteden geklopt met het wapen van Kampen om ze gangbaar te houden als duit. Er zijn echter weinig exemplaren van over gebleven waardoor vermoed moet worden dat deze maatregel zeer kortstondig moet zijn geweest en zonder veel succes (zie voorbeeld). Van Deventer tenslotte is geen standpunt bekend. Een klop "Deventer stadswapen" welke voorkomt op duiten uit de gehele Republiek doet echter vermoeden dat Deventer in de periode 1701/1702 de in de stad aanwezige "vreemde" duiten heeft laten kloppen. De geklopte duiten zijn mogelijk hun waarde blijven behouden terwijl de ongeklopte werden gereduceerd in waarde of misschien geheel verboden werden verklaard. Zie voorbeelden van te Deventer geklopte duiten bij Deventer na het type DEV.11.

Een voorbeeld van een te Kampen geklopte duit:

Zwolle 1639
Kampen 1659




Noten:

1: Zie o.a. J. Fortuyn Droogleever De driesteden muntslag Deventer-Kampen-Zwolle
   
Stichting Nederlandse penningkabinetten 1986.
    P.J. Soetens De muntslag te Kampen 1962.
    A. van der Wiel De muntmeesters van de stad Kampen
  
Verschenen in het jaarboek van de vereniging voor munt en penningkunde (JMP) 1938, blz.84-90.

2: Conclusie van H. Enno van Gelder naar aanleiding van het voorkomen van vroege muntjes van kampen
    in de muntvondst Barneveld (1958) en Elst (1948).

3: Benders, Jos & Nissen, Theo (2008) Met stip uit Megen, De Beeldenaar 32(3), 133-134.

4: K. Schilder Laat middeleeuwse Kamper goudsmeden en muntmeesters
  
Herdruk Kamper almanak 1986/87.

5: Zie "De noord- en zuid-Nederlandse muntmeesters" door H.J. van der Wiel etc. onder
    redactie van B. van Beek. Verschenen in de encyclopedie van munten en bankbiljetten.

6: In Gens Nostra jaargang XXX nr. 4/5 (april/mei 1975).

7: Geboren omstreeks 1643 te Kampen en begraven in de Bovenkerk op 5 juli 1707. Hij was
    ook gildemeester van het cremersgilde, lid van de gezworen gemeente (1675-1689), kapitein van een
    burgervendel, kerkmeester van het Sint Geertruiden gasthuis en burgemeester van Kampen (1689-
    1707). Hij was weduwnaar van Christina Cruls maar hertrouwde in 1700 met Agatha Sonsbeeck. Zij
    was mogelijk familie van muntmeester Roelof van Sonsbeeck van de Overijsselse munt.

8: Onlangs nog een exemplaar in veilingcatalogus 54 van Coin Investment B.V. onder nummer 539.

9: Dr. H. Enno van Gelder De munthervorming tijdens de Republiek 1659 - 1694
  
Amsterdam 1949, blz. 57-61.

10: Arent Pol Munt of penning?
  
de Beeldenaar september/oktober 1989 blz.160-163.