Stevensweert, "eiland" in de maas

Het tegenwoordig in Limburg gelegen Stevensweert wordt genoemd in een akte uit 1265 waarin wordt gesproken over de parochie "Werde". De oudst bekende heren van Stevensweert komen uit het geslacht van Pietersheim. Deze heren hadden waarschijnlijk hun woning in een versterkte woontoren op het "eiland". Op dezelfde plaats werd begin 15e eeuw een kasteel neergezet door de graven van den Bergh. Dit grafelijke geslacht kreeg de heerlijkheid Stevensweert in 1503 in hun bezit. Op o.a. de duiten van Stevensweert uit de muntperiode van 1626-1632 staat de tekst: SST INSV LA. Dit is voluit: Sancti Stephani insula, en betekent zoiets als Sint Stephanus eiland. Stevensweert leek (en lijkt) namelijk op een soort "eiland" tussen de oude en nieuwe Maas (nu Juliana kanaal) te liggen. De keuze van SST INSV LA had daarbij ook nog de bijkomstigheid dat het veel op de tekst TRANS ISVLA NIA leek. Deze tekst werd op de 17e eeuwse Overijsselse duiten gebruikt. Samen met een klimmende leeuw in het wapen op de keerzijde zorgde de tekst ervoor dat deze duiten niet direct opvielen als onwettige Stevensweertse duiten.

In 1632 verovert Frederik Hendrik, bijgenaamd de stedendwinger, ook Stevensweert tijdens zijn veldtocht langs de Maas. In 1633 moet het "eiland" al weer aan de Spanjaarden worden prijsgegeven die het vervolgens totaal verbouwen tot versterkte vesting. Stevensweert zal nog in Spaanse handen blijven tot eind 1702. In oktober van dat jaar wordt Stevensweert tijdens de Spaanse successie oorlog door Staatse troepen ingenomen en komt officieel sinds 1715 via het barrière traktaat bij de republiek.

De munt te Stevensweert1

De heerlijkheid Stevensweert was sinds 1503 eigendom van de beroemde en beruchte graven van den Bergh. Dit eens zo machtige geslacht bouwde na de dood van Oswald II van den Bergh langzaam maar zeker een slechte reputatie op door het slaan van munten in hun hagemunten te ‘s-Heerenberg en Hedel. De munten met de aanduiding "IN DIEREN CVSA" suggereren ook een munt in de plaats Dieren. Er zijn echter aanwijzingen dat daar hoogst waarschijnlijk nooit gemunt is2. Toen graaf Oswald II in 1546 overleed bleven zijn kinderen zonder ouders achter. Zijn vrouw Elisabeth van Dorth was namelijk het jaar daarvoor (1545) al gestorven. De in 1537 geboren Willem van den Bergh had als oudste zoon de meeste rechten maar was nog minderjarig. Totdat Willem de meerderjarige leeftijd bereikt zou het grafelijke bewind in handen zijn van een regentschapsraad. Aangezien Willem ook nog twee broers (Frederik en Oswald) en een zuster (Anna) had moest hij de erfenis delen. In 1560 werd een overeenkomst met hen gesloten en na het overlijden van Oswald in 1563 werd in 1565 een nieuwe overeenkomst gesloten met Frederik en Anna. Frederik beschuldigde zijn broer een jaar later echter van bedrog en herriep de overeenkomst en wilde een nieuwe erfenisverdeling. Willem ging hier echter niet op in en zo ontstond er een kloof tussen Frederik en Anna enerzijds en Willem anderzijds.

Willem van den Bergh koos tijdens de opstand tegen Spanje de zijde van Willem van Oranje. Toen het in 1567 fout liep met de opstand moest hij echter naar het buitenland vluchten en werden al zijn bezittingen door de Spanjaarden geconfisqueerd. Zijn broer Frederik kon hiervan profiteren want deze had tijdens de opstand de Spaanse zijde gekozen. Hij kreeg in 1568 Stevensweert in zijn bezit en wist ook het door Alva geconfisqueerde Hedel en Boxmeer in handen te krijgen. Vanaf 1577 tot 1585 heeft hij te Hedel (en ook enige tijd binnen Zaltbommel) het Berghse muntrecht op zijn naam laten uitoefenen. Het Hedelse munthuis werd echter herhaaldelijk overvallen door de Staten-Generaal waardoor deze van tijd tot tijd stilstond. Op het Hedelse kasteel, waar ook de munt was gevestigd, werd een Staats garnizoen gelegerd. Dit garnizoen bemoeilijkte het werkt van de muntmeester en bemoeide zich zelfs met de muntslag. Inmiddels was Willem van den Bergh in 1577 weer in de Nederlanden teruggekeerd. Deze nam ‘s-Heerenbergh weer in bezit en wist ook het kasteel te Boxmeer in te nemen. Door de moeilijkheden te Hedel en de oprichting van een munthuis in het nabij Hedel gelegen Zaltbommel besloot Frederik een munthuis te openen op het kasteel te Stevensweert. Het gebied rondom Stevensweert was vast in Spaanse handen dus had hij hier minder last van de Staten-Generaal. Het lag in zijn bedoeling om de hele Hedelse munt naar Stevensweert te verplaatsen maar in de praktijk werd het een filiaal van de Hedelse munt. In de periode 1580-1582 is er wel gemunt in het nieuwe munthuis maar het is toen al snel gesloten door weinig werk en door enkele hoog oplopende schandalen met de muntmeester aldaar.

De 2e muntperiode

In 1592 was Frederik van den Bergh ongehuwd gestorven maar had zich na de dood van zijn broer Willem (1586) verzoend met diens weduwe en kinderen. Bij een boedelscheiding in 1598 onder de kinderen van graaf Willem verkreeg de 8e zoon Hendrik de heerlijkheid Stevensweert. Hij heropende ca. 1616 de Stevensweertse munt om er allerlei imitaties te gaan slaan. Dit 2e munthuis was waarschijnlijk gelegen tegenover het grafelijk kasteel in een woning die in de volksmond "het munthuis" werd genoemd. In 1618 schonk Hendrik Stevensweert aan zijn zoon Herman Frederik maar behield zelf het muntrecht. Pas in 1626 stond hij ook het muntrecht aan zijn zoon af. Hendrik van den Bergh was eerst in dienst van de Spanjaarden maar pleegde in 1632 verraad. Na de veldtocht langs de Maas van Frederik Hendrik liep hij over naar de Staatse zijde. Hiervoor werd hij door de Spanjaarden bij verstek ter dood veroordeeld en werden zijn goederen geconfisqueerd. Zijn zoon mocht Stevensweert behouden maar de munt werd voorgoed gesloten.

Wapens op de Stevensweertse duiten

Op de Stevensweertse duiten is in het begin een geïmiteerd wapen van Friesland met de twee gaande leeuwen (1) gebruikt. Ondanks dat Stevensweert als eigen wapen een uitgerukte boom bezat is dit wapen niet op de 17e eeuwse munten van Stevensweert gebruikt. Op de munten uit de 17e eeuwse muntperiode komt alleen het wapen van Bergh voor (2). Dit wapen bestaat uit een in rood uitgevoerde klauwende leeuw op een zilveren achtergrond naar links met een gouden tong en kroon. De zwarte rand van het wapen is bezet met een onbepaald aantal gouden bezanten/penningen. Op sommige duiten zijn deze bezanten/penningen groot uitgevoerd en op andere juist weer klein. Dit wapen staat ook afgebeeld op een gevelsteen boven de ingang van de burcht van de heren van Bergh te ‘s-Heerenberg. Deze burcht is overigens best een bezoek waard, aangezien er ook een aardige verzameling munten te zien is geslagen op naam van de heren van Bergh.

De graven van den Bergh hadden als titels: heren van Bergh, Homoet, Wisch, Hedel, Boxmeer, Stevensweert en Spalbeek. Het muntrecht hadden zij te Bergh, Hedel en Dieren. In de laatste plaats hadden zij echter helemaal geen bezittingen zodat het een raadsel is waarom zij daar muntrecht bezaten. Op de munten uit de eerste Stevensweertse muntslag van 1580-1582 komt een uitgebreid wapenschild voor met de wapens van hun bezittingen. In dit wapenschild staan naast het wapen van Bergh ook die van Homoet, Boxmeer, Hedel en Stevensweert. De wapens van Wisch en Spalbeek komen niet voor evenals een wapen van Dieren.

MUNTMEESTERS:

VAN  -  TOT:

Mattheus van Nederhoven
Peter Bossenhoven
1580 - 1581
1581 - 1582

 

STEMPELSNIJDERS:
VAN  -  TOT:
Mr. Florisz 1580 - 1582


Van de muntmeesters uit de eerste muntperiode van Stevensweert is vrij veel bekend dankzij de studie van Dr. F.B.M. Tangelder. Mattheus van Nederhoven was afkomstig uit Maaseik en was in 1564 poorter van Antwerpen waar hij kruidenier en lakenkoopman was. Hij was voor zijn aanstelling muntmeester geweest voor de Luikse bisschop. Al in 1581 wordt hij echter opgevolgd door Peter Bossenhoven die ook uit Maaseik afkomstig was en mogelijk zelfs familie van hem was. Mattheus van Nederhoven zal een jaar later weer muntmeester voor de Luikse bisschop Ernest van Beieren worden te Hasselt (tot 1608) en Maaseik (tot zijn dood in 1612). In 1608 heeft hij ook nog als waarnemend muntmeester te Thorn gewerkt.
|
Peter Bossenhoven was voor zijn Stevensweertse periode muntmeester geweest te Batenburg, Gronsveld en Hedel. Ook heeft hij gewerkt voor de graaf van Horne en de abdis van Thorn. De Stevensweertse munt is waarschijnlijk het laatste munthuis geweest waar hij heeft gewerkt. Na 1582 wordt hij op geen enkele andere munt meer vermeld ondanks dat hij pas in 1608 of 1609 overlijdt. Over de muntmeesters uit de 2e periode van ca. 1616-1632 is (mij) verder niets bekend.


STE.1: gigot (duit).(Lucas 14 - PW 9501/9502)

VOORZIJDE:
Een tulpkrans met daarin FRI DER in twee regels en daaronder het jaartal. Dit kan gelezen worden als: Fredericus, de I in FRI is zo neergezet om een grotere gelijkenis te krijgen met FRISIA zoals op de echte duiten van Friesland.

KEERZIJDE: Geïmiteerd wapenschild van Friesland met kroon en twee gaande leeuwen.

TEKST: .NISI. DEVS-NOBISCVM (of variant). Dit betekent: tenzij de Heer met ons is.

Muntmeester: (mij) niet bekend.

   1619 R2
   1620 R2
   1621 R2
   1624 R2



Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: FRI / DER / (jaartal)

    1: Met rozet onder in de tulpkrans.
    2:
Met wapentje van Bergh onder in de tulpkrans.


KZ: a: .NISI. DEVS - NOBISCVM
    b: .NISI. DNS. - .NOBISCVM.
    c: ( ) ( ) - NOBISCVM CC
    d: .NISI. DNS. (wapentje van Bergh) (   )



Info:

Variant A1b (1619), particuliere collectie.
Variant A1d (1620?), particuliere collectie.
Variant A1c (1624), afbeelding VCCI 56 nr.172

1619 particuliere collectie
1620 PW 9502
1621 PW 9501
1624 VCCI 56 nr.172

Deze duiten worden toegeschreven aan Hendrik van den Bergh omdat deze tot 1626 het muntrecht bezat. De tekst FRIDER op deze duiten kan echter gelezen worden als Fredericus omdat deze zoon van Hendrik sinds 1618 heer van Stevensweert was. De munt is door de aanpassing van de naam een bedrieglijke imitatie van de Friese duiten. Op 12 september 1623 werd dan ook een plakkaat uitgevaardigd tegen dit type duit3. Men wist blijkbaar nog niet waar zij vervaardigt waren omdat de naam van Stevensweert in het plakkaat nergens genoemd wordt. Te Stevensweert was men mogelijk niet op de hoogte van dit plakkaat of men stoorde zich er niet aan omdat dit type ook nog bestaat met het jaartal 1624.


STE.2: 4 heller.
(Lucas 62 - PW 9504)

VOORZIJDE: IIII (vier Romeinse cijfers 1) in een tulpkrans. Om de tulpkrans staat de tekst: (DEVS) PROTECTOR MEVS (of variant). Dit betekent: de Heer is mijn beschermer.

KEERZIJDE: Een gedeeltelijke tulpkrans om het gekroonde wapen van Bergh met een klauwende leeuw naar links.

Muntmeester: (mij) niet bekend.

    ZJ R3 (Ca. 1626-1632)


Info:

Deze 4 heller wordt toegeschreven aan Herman Frederik van den Bergh. Het is een imitatie van de 4 heller munten welke geslagen zijn in Aaken (Duitsland) in de periode 1614-1616. De Reichstaler stond gelijk aan 46 Aachener marck, de Aachener marck was weer onderverdeeld in 24 heller. In één Aachener marck gingen dus 6 van deze muntjes4.


STE.3: gigot (duit).(Lucas 61 - PW 9508)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin .FRI. .STW. in twee regels. De tekst is waarschijnlijk een sterke afkorting van: Fredericus in(sula) Stephanowerte. De lettervolgorde is zo gekozen om een grotere gelijkenis te verkrijgen met de echte duiten van Friesland.

KEERZIJDE: Geïmiteerd wapenschild van Friesland met kroon en twee gaande leeuwen.

TEKST: ...MINVS....MONT.W (of variant). De tekst is waarschijnlijk voluit: dominus de Mont w, en betekent: heer van Bergh.

Muntmeester: (mij) niet bekend.

    ZJ R2 (Ca. 1626-1632)



STE.4: gigot (duit).
(Lucas 60a - PW 9507)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin H FRI STA in drie regels en daar onder het jaartal. De letter H is boven in de tulpkrans geplaatst. De tekst is waarschijnlijk een sterke afkorting van: Hermanus Fredericus in Stephanowerte anno (jaar). De letters zijn in deze volgorde gezet om zo een grotere gelijkenis te verkrijgen met de duiten van Friesland.

KEERZIJDE: Geïmiteerd wapenschild van Friesland met kroon en twee gaande leeuwen.

TEKST: DOMINVS. DE. MONTE. (of variant). Dit betekent: heer van Bergh.

Muntmeester: (mij) niet bekend.

   1620 R2     1629 R2
   
1625 R2     1630 R2
   
1626 R2     1631 R2



Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: H / FRI / STA / (jaartal)
    B: H / .FRI. / STA / (jaartal)
    C: H / .FRI. / STA. / (jaartal)
    D: H / .FRI. / .STA. / .(jaartal).
    E: H / FRI / STA. / .(jaartal)


KZ: a: DOMINVS. DE. MONTE
    b: DOMINVS. .DE. MONT.W.Z.
    C: DOMINVS. DE. MONT.W



Info:

Variant Db (1625), particuliere collectie.
Variant Ab (1630), particuliere collectie.
Variant Eb (1630), particuliere collectie.

1620 PW 9507
1625 particuliere collectie
1626 PW 9507
1629 VCCI 55 nr.573
1630 particuliere collectie
1631 PW 9507

Deze duiten worden toegeschreven aan Herman Frederik van den Bergh. De jaren 1620 en 1625 behoren echter nog bij het muntrecht van zijn vader Hendrik van den Bergh. Omdat Herman Frederik wel heer van Stevensweert was sinds 1618 kan zijn naam afgeleid worden uit de gebruikte afkortingen. Deze duiten werden al snel ontdekt als vervalsingen en er werd dan ook tegen gewaarschuwd middels plakkaten uitgevaardigt door de Staten-Generaal. In het eerste plakkaat van 11 maart 1627 wist men blijkbaar nog steeds niet dat de duiten afkomstig waren uit Stevensweert5. In een nieuw plakkaat werd wederom gewaarschuwd tegen valse duiten. Inmiddels wist men dat ze uit Stevensweert afkomstig waren. De plaats van herkomst werd nu in de kop van het plakkaat vermeld6.


STE.5: gigot (duit).
(Lucas 58 - PW 9506)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin WER INC VSA in drie regels. Onder in de tulpkrans is een klein wapenschildje van Bergh afgebeeld. De tekst is voluit: Werte in cusa en betekent: geslagen te Weert (Stevensweert).

KEERZIJDE: De tekst: NISI (DNS) NOBISCVM of variant om een gekroond wapenschild met twee gaande leeuwen boven elkaar. Dit is een imitatie van het wapen van Friesland.

Muntmeester: (mij) niet bekend.

    ZJ R3 (Ca. 1626-1628)

 

Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: WER / INC / VSA
   

KZ: a: NI(.......)OBIS(...)



Info:

Variant Aa (zj), afbeelding De Beeldenaar mei/juni 2009 blz. 120.

ZJ TMH


In De Beeldenaar van mei/juni 2009 staat ook een afbeelding van deze duit. Die is sinds 1898 aanwezig in de collectie van Teylers museum te Haarlem en oorspronkelijk afkomstig uit de collectie Roest. Het blijkt dat om het wapen op de keerzijde een tekst staat zoals ook voorkomt op de voorgaande exemplaren van Stevensweert. Te oordelen naar de tekst kan dit een imitatie van West-Friesland voorstellen maar het wapen en de tekst op de keerzijde lijken meer op dat van Friesland. Een muntplakkaat uitgevaardigd op 15 november 1630 waarschuwt tegen op West-Friesland gelijkende duiten die geslagen zijn te Stevensweert. Afgebeeld wordt echter een exemplaar dat lijkt op een duit van Friesland. Mogelijk heeft men ook reeds een exemplaar van dit type onder ogen gehad.


STE.6: gigot (duit).
(Lucas 59 - PW 9503)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin SST INSV LA in drie regels. Dit is voluit: Sancti Stephani insula, en betekent zoiets als: Sint Stephanus eiland (verwijzing dat Stevensweert een eiland in de Maas was).

KEERZIJDE: Gedeeltelijke tulpkrans om een gekroond wapenschild met een klauwende leeuw. De rand van het schild is versierd met kleine of grote bollen (bezanten).

Muntmeester: (mij) niet bekend.

    ZJ N (Ca. 1628-1632)


Voorkomende voor- en keerzijdevarianten:

VZ: A: SST. / IN.SV / .LA.
    B: .SST / IN.SV / .LA. / ..
    C: .SST. / INSV / LA.
    D: SST. / INSV. / .LA. / ..
    E: .SST / INSV / .LA.
    F: .SST. / INSV / .LA.
    G: SST. / INSV / .LA.
    H: SST. / .INSV. / .LA.
    I: .SST / IN.SV / LA.
    J: SST / INSV / LA
    K: .. / .SST. / INSV
    L: .SST. / I(gespiegelde N)SV / .LA
    M: S.ST / IN.SV / LA.
    N: .. / .SST. / IN.S(V over L) / .LA. / ..
    O: .. / .SST. / INSV / LA.
    P: . / .SST. / INSV / LA.
    Q: . / .SST. / ..INSV.. / .LA.
    R: .SST. / INSV / LA
    S: SS / I(gespiegelde N)SV / LA
    T: SST / INSV / L
    U: SST. / INSV / LA.
    V: .SST / INSV. / LA. / ..
    W: .SST / IN.SV / .LA.
    X: .SST(.) / .INSV / .LA.


KZ: I :
Wapenschild met grote bollen (bezanten) in de rand.
    II:
Wapenschild met kleine bollen (bezanten) in de rand.


Info:

Variant AII (zj), particuliere collectie.
Variant BI (zj), particuliere collectie.
Variant FI (zj), particuliere collectie.
Variant FII (zj), particuliere collectie.
Variant GII (zj), particuliere collectie.
Variant III (zj), particuliere collectie.
Variant JII (zj), particuliere collectie.
Variant LII (zj), particuliere collectie.
Varian NII (zj), particuliere collectie.
Variant WI (zj), particuliere collectie.
Variant XII (zj), particuliere collectie.
 

ZJ VCLS 23 nr.188

De kroon boven het wapen kan met of zonder haarband zijn. Dit type duit lijkt bedrieglijk veel op de duiten van Overijssel uit de periode 1628-1633. Vooral in het jaar 1628 zijn er te Overijssel enorme hoeveelheden geslagen. Deze imitaties zullen dan ook kort daarna zijn verschenen en niet direct opgevallen zijn tussen de anderen in het geldverkeer. In een plakkaat van de Staten-Generaal werd gewaarschuwd tegen vooral dubbele stuivers gelijkend op die van Overijssel afkomstig uit de munt te Stevensweert. Ook worden terloops in het plakkaat duiten vermeld7.

STE.7: gigot (duit).(Lucas 57 - PW 9505)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin SST WERTE CVSA in drie regels. Dit is voluit: Sancti Stephanowerte cusa en betekent: geslagen te (Sint) Stevensweert.

KEERZIJDE: Gedeeltelijke tulpkrans om een gekroond wapenschild met een klauwende leeuw naar links. De rand van het schild is versierd met grote bollen (bezanten).

Muntmeester: (mij) niet bekend.

    ZJ S (Ca. 1628-1632)


Voorkomende voor- en keerzijdevarianten:

VZ: A: .. / .SST. / WERTE / CVSA / ..
    B: .SST. / WERTE / CVSA / ..
    C: SST. / WERTE / CVSA / ..
    D: .. / SST / WERTE / CVSA / ..
    E: .. / SST: / WERTE / CVSA / ..
    F: ( ) / SST. / WERTE / CVTA / ..



KZ: I :
Kroon zonder haarband.
    II:
Kroon met naar achter doorlopende haarband.


Info:

Variant AI (ZJ), particuliere collectie.
Variant AII (ZJ), particuliere collectie.
Variant BII (ZJ), particuliere collectie.
Variant EI (ZJ), particuliere collectie.
Variant F? (ZJ), particuliere collectie.

ZJ VCLS 23 nr.188

Dit type ben ik tot nu toe alleen tegen gekomen met een wapenschild met grote bollen (bezanten) in de rand. Een interessant exemplaar is de variant met CVTA i.p.v. CVSA welke door een bodemvondst bekend is geworden.


Noten:

1: Zie o.a. Dr. F.B.M. Tangelder Muntheer en muntmeester, een studie over het Berghse muntprivilege
    in de tweede helft der zestiende eeuw
Uitgave S. Gouda Quint - D. Brouwer en zoon, Arnhem 1955.
    Dr. F.B.M. Tangelder De munt van Stevensweert in Er ligt een eiland in de Maas, geschiedenis
    van Stevensweert en Ohé en Laak
door Drs. W. Sangers en A.H. Simonis, Echt 1955
    M. Hendrickx e.a. Stevensweert munten en kaarten
   
Baillien, Rekem 1982.

2: Dr. F.B.M. Tangelder Muntheer en muntmeester, een studie over het Berghse muntprivilege in de
    tweede helft der zestiende eeuw
Uitgave S. Gouda Quint - D. Brouwer en zoon, Arnhem 1955.

3: Zie het Groot Placaet-Boeck I - 2954.
    Meer info bij Dr. H. Enno van Gelder, catalogus gedrukte muntplakkaten nr. 407.

4: D. Purmer Een IIII heller uit Stevensweert
  
Verschenen in "De beeldenaar" mei/juni 1995 blz.432.

5: Zie het Groot Placaet-Boeck I - 2958.
    Meer info bij Dr. H. Enno van Gelder, catalogus gedrukte muntplakkaten nr. 418.

6: Zie het Groot Placaet-Boeck I - 2982.
    Meer info bij Dr. H. Enno van Gelder, catalogus gedrukte muntplakkaten nr. 433.

7: Zie het Groot Placaet-Boeck I - 2990.
    Meer info bij Dr. H. Enno van Gelder, catalogus gedrukte muntplakkaten nr. 440.