Thorn

Thorn, het witte dorp, is gelegen in Limburg aan de rechteroever van de Maas. Eind 10e eeuw werd hier een benedictijns nonnenklooster gesticht door ene Ansfried, graaf van Hoei en Teisterbant en zijn vrouw Hilsonde, gravin van Strijen. Dit nonnenklooster werd later een kapittel van kanunnikessen die geen kloosterbelofte hoefden af te leggen. Na de dood van zijn vrouw werd Ansfried in 995 bisschop van Utrecht en schonk hij zijn bezittingen deels aan kloosters, kerken en aan het rijk. Zijn dochter Hildewardis bleef de scepter zwaaien over het stift Thorn. In de 11e eeuw werden er voor het eerst munten geslagen door een abdis van het klooster. Dit waren kleine zilveren muntjes denier of penning genaamd die nu zeer zeldzaam zijn. In de 13e eeuw verkreeg Thorn stadsrechten en groeide zelfs uit tot een onafhankelijk vorstendom met aan het hoofd een vorstin-abdis. Zij viel als soeverein vorst rechtstreeks onder het gezag van de Duitse keizer. Het stift Thorn bleef echter altijd klein van omvang en er zijn de verdere middeleeuwen ook geen munten meer geslagen. Een omvangrijke muntslag komt echter onder Margaretha van Brederode tot stand (abdis van 1557-1577). Er werden door haar muntmeesters gouden en zilveren munten geslagen naar het voorbeeld van lokaal in gebruik zijnde types maar vooral van buitenlandse munten. Deze munten waren van een niet al te beste kwaliteit (slecht gewicht en gehalte) waardoor er regelmatig problemen waren met het Duitse rijk over het recht van de muntslag. Thorn werd meerdere keren voor het "kammergericht" gedaagd waarna Margaretha van Brederode uiteindelijk in 1563 haar muntmeester ontsloeg die daarna uitweek naar Gronsveld. Van 1569 tot 1570 zijn er voor het laatst munten geslagen op naam van Margaretha van Brederode. Als muntmeester werd toch weer Peter Bossenhoven aangesteld echter onder toezicht van Johan Heydenricx als waardijn. Deze was echter de schoonzoon van Peter Bossenhoven en bleek ook net zo onbetrouwbaar als zijn schoonvader.

Onder Anna van der Marck (1604-1631) werden er in de periode 1613-1614 voor het eerst gigots (duiten) en liards (oorden) geslagen. In tegenstelling tot vele andere zuidelijke kleine munthuizen zoals Reckheim en Gronsveld, sloeg Thorn haar duiten met het eigen wapen en de eigen naam. De liards (oorden) waren naar het voorbeeld van de liards die door de aartshertogen Albertus en Elisabeth werden geslagen. De gigots (duiten) zijn meer van het type zoals deze in de noordelijke Nederlanden werden geslagen. Er zijn duiten bekend met het Friese wapen doch dit zijn hoogst waarschijnlijk (versleten) originele Friese duiten welke slechts aan een zijde opnieuw gemunt zijn met een Thorn's stempel. Mogelijk werd dit uit kostenbesparende overwegingen gedaan. Ook de munten van Anna van der Marck stonden er niet om bekend dat ze van al te beste kwaliteit waren. Regelmatig kwamen er dan ook klachten over deze munten en de Staten van Holland vaardigden meerdere malen verboden uit tegen de hagemunten uit de zuidelijke Nederlanden. Omdat dit weinig effect had probeerden de Staten de muntmeesters aan te pakken die de munten hadden geslagen. Diverse muntmeesters hebben een tijdje gevangen gezeten op beschuldiging dat zij o.a. muntmeester van Thorn waren geweest. In 1614 zou het munthuis van Thorn gesloten zijn na voornamelijk kleingeld van slecht zilver en koperen duiten en oorden te hebben geslagen. De Duitse generaal waardijn Philipp Aldendorff is echter nog in 1617 te Thorn geweest tijdens een rondgang langs de rijksmunten. Na de arrestatie van Hendrik Wijntgens in 1617 schreef de abdis van Thorn nog klaagbrieven naar de munzkreis. Waarschijnlijk is de munt dus nog tot 1617 open geweest, later is er nog sprake van twee andere muntmeesters namelijk Michiel van den Berg/Michel van den Bosch die toestemming kreeg om te Luik duiten te slaan op naam van Thorn. Of deze ook daadwerkelijk zijn geslagen is mij niet bekend. Later is er vermelding van Simon Tempe/Simon Timpen die het muntmeesters gereedschap krijgt overgedragen. Of hij daadwerkelijk iets heeft geslagen is mij niet bekend.
 

MUNTMEESTERS:
VAN  -  TOT:
Peter Bossenhoven
Peter Bossenhoven/Johan Heydenricx/Hendrik van Gartzweiler
Anthonis van Eembrugge (waarnemend)
Johan van Stockbroeck
Adriaan Frantzen (waarnemend)
Matheus van Nederhoven (te Loon)
Hendrik Wijntgens
Michiel van den Berg/Michel van den Bosch
Simon Tempe/Simon Timpen
1557 - 1563
1569 - 1574
1574 - 1577
1589?
1608
1611 - 1613
1613 - 1617
1622
1627


Peter Bossenhoven werd in 1565 te Keulen gearresteerd op verdenking van valsemunterij te Gronsveld, Batenburg en Thorn. De prins-bisschop van Luik zorgde er echter voor dat hij weer werd vrijgelaten en van Bossenhoven was van 1566-1567 zelfs paymeester (ontvanger) van Luik. Muntmeester Hendrik Wijntgens heeft naast zijn werk aan de munt te Mülheim (Duitsland) ook voor de abdis van Thorn gewerkt. De muntstempels liet hij maken bij Hans Slegnitz gevestigd aan de Burgmauer te Keulen. Deze schijnt een goede stempelsnijder te zijn geweest maar was niet beëdigt door de munzkreis. Het werk te Mülheim liet Wijntgens in handen van zijn zoons Peter en Balthasar. Te Thorn schijnt hij als vervanger ene Paul Westenberg gehad te hebben als hij zelf niet aanwezig kon zijn. Zijn werk te Thorn bracht hem echter geen geluk, de Duitse munzkreis maakte bezwaar omdat hij niet beëdigt was om te Thorn te werken. Zijn Thornse munten werden in de zuidelijke Nederlanden verboden verklaard en zelf werd hij in 1617 (waarschijnlijk te Roermond) gearresteerd en naar Brussel overgebracht waar hij lang is vastgehouden. De abdis van Thorn klaagde hierover bij de munzkreis welke vervolgens brieven aan aartshertog Albrecht schreef. Als Wijntgens vastgehouden werd vanwege de muntslag te Thorn dan moest hij voor de munzkreis verantwoording afleggen en niet te Brussel omdat die met de Thornse muntslag niets te maken hadden. Er schijnt geen antwoord gekomen te zijn maar Hendrik is weer vrijgekomen want in 1619 zal hij nog voor het stadje Elburg halve duiten gaan slaan.


THO.1: liard (oord).(Wolters plaat VI nr.3)

VOORZIJDE: Gekroond wapenschild met meerdere kwartieren, hartschild met drie lelies.

TEKST: ANNA.D.MARCK.AB.THO (of variant). Dit is voluit: Anna de Marck abdis Thorn, en betekent: Anna van der Mark abdis van Thorn.

KEERZIJDE: Een scheef geplaatst kruis met hierop een gekroond wapenschildje met daarin een klauwende leeuw naar links. Aan weerszijden van het wapenschildje het jaartal. Links, rechts en onder aan het wapenschild lelie vormige versieringen.

TEKST: SIT.NO.DOMINI.BENEDI (of variant). Dit is voluit: sit nomen Domini benedictum, en betekent: de naam des Heere zij geprezen.

Hendrik Wijntgens, mmt: (lelie).

    1613 R2
    1614 R2


Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: ANNA.D.MARCK.AB.THO
    B: ANNA.D.MARCK.AB.THO.
    C: ANNA.D.MARCK.AB.D.THO

    1:
Leeuw in kwartier 1 naar rechts.
    2: Leeuw in kwartier 1 naar links.


KZ: a: SIT.NO.DO / MI / NI.BENEDI
    b: SIT.NO.DO / MIN / I.BENEDI
    c: SIT. O.DOMI I.BE EDI



Info:

Voorkomende wapenschild op dit type:

Verklaring v/d wapens:
1=Wapen van Marck (leeuw achter kantelen).
2=Wapen van Wassenaer (drie croissant vormen).
3=Wapen van Leyde (twee horizontale balken).
4=Wapen van Runkel (drie verticale balken).
5=Wapen van Lumain (leeuw).
6=Wapen van Schoonhoven (drie lelies).



THO.2: liard (oord).(Wolters plaat VI nr.4)

VOORZIJDE: Gekroond wapenschild met 6 kwartieren, geen hartschild.

TEKST: ANNA.A.MARCA.AB.THOR (of variant). Dit is voluit: Anna ad Marck abdis Thorn, en betekent: Anna van der Mark abdis van Thorn.

KEERZIJDE: Een scheef geplaatst kruis met hierop een gekroond wapenschildje met daarin een klauwende leeuw naar links. Aan weerszijden van het wapenschildje het jaartal 1613.

TEKST: SIT.NO.DOMINI.BENEDI (of variant). Dit is voluit: sit nomen Domini benedictum, en betekent: de naam des Heere zij geprezen.

Hendrik Wijntgens, mmt: (lelie).

    1613 R2


Voorkomende voorzijde varianten:

VZ: A: ANNA.A.MARCA.AB.THOR
    B: ANNA.D.MARCK.AB.THOR



Info:

Voorkomende wapenschild op dit type:

Verklaring v/d wapens:
1=Wapen van Lumain (leeuw).
2=Wapen van Schoonhoven (drie lelies).
3=Wapen van Lumain (leeuw).
4=Wapen van Runkel (drie verticale balken).
5=Wapen van Thorn (drie adelaars).
6=Wapen van Leyde (twee horizontale balken).



THO.3: liard (oord).(Wolters plaat VI nr.6)

VOORZIJDE: Gekroond wapenschild met 6 kwartieren, geen hartschild. De leeuw in het eerste kwartier nu met kantelen

TEKST: ANNA.D.MARCK.AB.THOR (of variant). Dit is voluit: Anna de Marck abdis Thorn, en betekent: Anna van der Mark abdis van Thorn.

KEERZIJDE: Een scheef geplaatst kruis met hierop een gekroond wapenschildje met daarin kantelen. Aan weerszijden van het wapenschildje het jaartal 1614. Links, rechts, boven en onder aan het wapenschild lelie vormige versieringen.

TEKST: SIT. O.DOMI I.BENEDI (of variant). Dit is voluit: sit nomen Domini benedictum, en betekent: de naam des Heere zij geprezen.

Hendrik Wijntgens, mmt: (lelie).

    1614 R2



Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: ANNA.D.MARCK.AB.THOR


KZ: a: SIT. NO. DOMINI. BENEDI (kruis onderbreekt tekst niet)
    b: SIT. NO.DO / MI / NI.BENEDI (kruis onderbreekt tekst)

    I :
Kantelen in wapenschild.
    II: Leeuw met kantelen in wapenschild.


Info:

Variant AaII (1614), particuliere collectie.

Voorkomende wapenschild op dit type:

Verklaring v/d wapens:
1=Wapen van Lumain (leeuw).
2=Wapen van Schoonhoven (drie lelies).
3=Wapen van Lumain (leeuw).
4=Wapen van Runkel (drie verticale balken).
5=Wapen van Thorn (drie adelaars).
6=Wapen van Leyde (twee horizontale balken).



THO.4: liard (oord).(Wolters plaat VII nr.6/7)

VOORZIJDE: Gekroond wapenschild met meerdere kwartieren, hartschild met drie lelies.

TEKST: ANNA.DE.MARK.AB.THO.C.D.M (of variant). Dit is voluit: Anna de Marck abdis Thorn (c d m), en betekent: Anna van der Mark abdis van Thorn (c d m ?).

KEERZIJDE: Een scheef geplaatst Bourgondisch kruis met hierop een gekroond wapenschildje met daarin een klauwende leeuw naar links achter kantelen. Aan weerszijden van het wapenschildje het jaartal 1614.

TEKST: SIT.NOME .DOMINI.BENEDICT (of variant). Dit is voluit: sit nomen Domini benedictum, en betekent: de naam des Heere zij geprezen.

Hendrik Wijntgens, mmt: (lelie).

     ZJ  R2
    1614 R2



Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: ANNA.DE.MARK.AB.THO.C.D.M
    B: ANNA.DE.MARK.A.IN.THO:C.DM


KZ: a: SIT.NOME .DOMINI.BENEDICT
    b: SIT.NOME .DOMINI.BENEDICT 1614



Info:

Voorkomende wapenschild op dit type:

Verklaring v/d wapens:
1=Wapen van Marck (leeuw achter kantelen naar links).
2=Wapen van Wassenaer (drie croissant vormen).
3=Wapen van Leyde (twee horizontale balken).
4=Wapen van Runkel (drie verticale balken).
5=Wapen van Lumain (leeuw).
6=Wapen van Schoonhoven (drie lelies).



THO.5: liard (oord).(Wolters plaat VII nr.8)

VOORZIJDE: Gekroond wapenschild met meerdere kwartieren, hartschild met drie lelies.

TEKST: ANNA.DEI.G.ABBA.IN.TH:C.D.M (of variant). Dit is voluit: Anna Dei gratia abdis in Thorn (c d m), en betekent: Anna bij de gratie Gods abdis in Thorn (c d m ?).

KEERZIJDE: Een scheef geplaatst kruis met hierop een gekroond wapenschildje met daarin een klauwende leeuw naar links achter kantelen. Aan weerszijden van het wapenschildje het jaartal 1614, rozetten of niets.

TEKST: SIT.NOMEN.DOMINI.BENEDICT (of variant). Dit is voluit: Sit nomen Domini benedictum, en betekent: de naam des Heere zij geprezen.

Hendrik Wijntgens, mmt: (lelie).

     ZJ  R2
    1614 R2



Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: ANNA.DEI.G.ABBA.IN.TH:C.D.M
    B: ANNA.DEI.G:ABBA.IN.THO.C.DM
    C: ANNA.DEI.G.ABBA.IN.TH.C.D.M
    D: ANNA.DEI.G.ABBA.IN.TH:C.D.M.


KZ: a: (Lelie) SIT.NOMEN.DOMINI.BENEDICT
    b: (Lelie) SIT.NOMEN.DOMIN.BENEDICT.
    c: (Lelie) SIT.NOMEN.DOMINI.BENEDICT
    d: (Lelie) SIT.NOMEN.DOMINI.BENEDICT 1614


Info:

Variant Bb (ZJ), particuliere collectie.
Variant Ca (ZJ), particuliere collectie.

Voorkomende wapenschild op dit type:

Verklaring v/d wapens:
1=Wapen van Marck (leeuw achter kantelen naar links).
2=Wapen van Wassenaer (drie croissant vormen).
3=Wapen van Leyde (twee horizontale balken).
4=Wapen van Runkel (drie verticale balken).
5=Wapen van Lumain (leeuw).
6=Wapen van Schoonhoven (drie lelies).



THO.6: liard (oord).(Wolters plaat VII nr.9)

VOORZIJDE: Gekroond wapenschild met meerdere kwartieren, hartschild met drie lelies.

TEKST: ANNA.D.MARCK.AB.THO (of variant). Dit is voluit: Anna de Marck abdis Thorn, en betekent: Anna de Marck abdis in Thorn.

KEERZIJDE: Een scheef geplaatst kruis met hierop een gekroond wapenschildje met daarin een klauwende leeuw naar links achter kantelen. Links, rechts, boven en onder aan het wapenschild lelie vormige versieringen.

TEKST: SIT.NO.DOMINI.BENEDI. (of variant). Dit is voluit: Sit nomen Domini benedictum, en betekent: de naam des Heere zij geprezen.

Hendrik Wijntgens, mmt: (lelie).

    ZJ R2



Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: ANNA.D.MARCK.AB.THO
    B: ANNA.DEI.G.ABBA.IN.TH:C.D.M


KZ: a: SIT.NO.DOMINI.BENEDI (kruis onderbreekt tekst niet)
    b: SIT O.DO / MI. / I.BENEDICT (kruis onderbreekt de tekst)
    c: SIT.NO.DO. / MI / IN.BENEDI (kruis onderbreekt de tekst)
    d: SIT. ODO / MIN / I.BE EDI (kruis onderbreekt de tekst)


Info:

Variant Ba (zj), particuliere collectie.
Voorkomende wapenschild op dit type:

Verklaring v/d wapens:
1=Wapen van Marck (leeuw achter kantelen naar links).
2=Wapen van Wassenaer (drie croissant vormen).
3=Wapen van Leyde (twee horizontale balken).
4=Wapen van Runkel (drie verticale balken).
5=Wapen van Lumain (leeuw).
6=Wapen van Schoonhoven (drie lelies).



THO.7: liard (oord).

VOORZIJDE: Gekroond wapenschild met meerdere kwartieren, hartschild met drie lelies.

TEKST: ANNA.D.MARCK.AB.THO (of variant). Dit is voluit: Anna de Marck abdis Thorn, en betekent: Anna de Marck abdis in Thorn.

KEERZIJDE: Een scheef geplaatst kruis met hierop een gekroond wapenschildje met daarin een klauwende leeuw naar links achter kantelen. Aan weerszijden van het wapenschildje het jaartal 1614. Links, rechts, boven en onder aan het wapenschild lelie vormige versieringen.

TEKST: SIT.NO.DO MI NI.BE NE (of variant). Dit is voluit: sit nomen Domini benedictum, en betekent: de naam des Heere zij geprezen.

Hendrik Wijntgens, mmt: (lelie).

    1614 R2



Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: ANNA.D.MARCK.AB.THO (de letters N gespiegeld)
    B: ANNA.DEI.G.ABBA.IN.TH.C.D.M.
    C: ANNA.DEI.G.ABBA.IN.THO:C.DM
    D: ANNA.D.MARCK.AB.THO


KZ: a: SIT.NO.DO / MI / NI.BENE (kruis onderbreekt de tekst)
    b: (Lelie) SIT.NO.DOMINI.BENEDI. (de letters N gespiegeld)

    c: SIT.NO.DOMINI.BENEDI (Lelie)


Info:

Variant Ab (1614), particuliere collectie.
Variant Dc (1614), particuliere collectie.

Voorkomende wapenschild op dit type:

Verklaring v/d wapens:
1=Wapen van Marck (leeuw achter kantelen naar links).
2=Wapen van Wassenaer (drie croissant vormen).
3=Wapen van Leyde (twee horizontale balken).
4=Wapen van Runkel (drie verticale balken).
5=Wapen van Lumain (leeuw).
6=Wapen van Schoonhoven (drie lelies).



THO.8: gigot (duit).(Lucas 125 - PW 9601/9602 - Wolters plaat VII nr.10/11)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin .. / .IN THO / REN. CV / SVS (of variant). Dit betekent: geslagen te Thorn.

KEERZIJDE: Gedeeltelijke tulpkrans om een gekroond wapenschild met hierin een klauwende leeuw achter kantelen.

Hendrik Wijntgens, mmt: (lelie).

    ZJ R2 (Ca. 1613-1614)


Voorkomende voor- en keerzijde varianten:

VZ: A: .IN. / THORE / .CVS.
    B: .IN. / THORE / .CVS. / .
    C: .IN. / THORE / CVS. / .
    D: . / INTHO / RENCV / SVS
    E: .(Lelie). / IN.THO / REN.CV / SVS
    F: .(Lelie). / INTHO / RENCV / SVS. / .(Lelie).
    G: .. / IN.THO / REN.CV / SVS
    H: .. / INTHO / REN.CV / SVS
    I: .. / INTHO / RENCV / SVS
    J: .. / IN.THO / REN.CV / SVS.


KZ: a: Gedeeltelijke tulpkrans om het wapen.
    b: Geen gedeeltelijke tulpkrans om het wapen.

    I  : Wapen met leeuw naar rechts achter kantelen.
    II : Wapen met leeuw naar links achter kantelen.
    III: Wapen met leeuw naar links lopend op kantelen.


Info:

Variant BaIII (ZJ), particuliere collectie.
Variant CaIII (ZJ), particuliere collectie.
Variant EaII (ZJ), particuliere collectie.
Variant GaI (ZJ), particuliere collectie.



THO.9: gigot (duit).(PW 9603)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin . / TORN / CVSA / ... (of variant). Dit betekent: geslagen te Thorn. Onder in de tulpkrans is een klein wapentje van Thorn geplaatst.

KEERZIJDE: Gekroond wapen van Friesland met de vaak slecht leesbare tekst: NISI DOMINVS NOBISCVM. Dit betekent: tenzij de heer met ons is.

Hendrik Wijntgens? mmt: (lelie), niet op deze munt.

    ZJ R3 (Ca. 1613-1614)


Voorkomende voorzijde varianten:

VZ: A: .TORN / CVSA / ...
    B: .TORN / GVSA / ...


Info:

Ik nam eerst aan dat deze duiten mogelijk originele duiten van Friesland waren welke in meerdere of mindere mate versleten waren. De keerzijde is dan intact gelaten maar over de voorzijde is het muntstempel van Thorn geslagen. In sommige gevallen kan dit goedkoper zijn geweest dan om zelf muntplaatjes te gaan vervaardigen. Nu er een scan beschikbaar is van dit type lijkt het er toch op dat de hele munt een imitatie is te Thorn geslagen. Net als Stevensweert en Reckheim heeft men te Thorn het weid verspreide type van Friesland als voorbeeld gekozen om de afzet te vergemakkelijken.



THO.10: gigot (duit).(PW 9603.1)

VOORZIJDE: Een tulpkrans met daarin THOREN / IN / CVSA (of variant). Dit betekent: geslagen te Thorn. Onder in de tulpkrans is een klein wapentje van Thorn geplaatst.

KEERZIJDE: Gekroond wapen met leeuw naar links, om het wapen een gedeeltelijke tulpkrans.

Hendrik Wijntgens? mmt: (lelie), niet op deze munt.

    ZJ R2 (Ca. 1613-1614)



Voorkomende voorzijde varianten:

VZ: A: THOREN / IN / CVSA
    B: ... / THOREN / IN / CVSA